De middag werd besteed porren in Churchill's Visitor Center, musea, cadeauwinkels en restaurants, en de volgende morgen, gescheiden van de vorige dag de schemering door slechts vier uur van de duisternis, was het al tijd voor de al te snel weer terug reis naar Winnipeg. Uitgevoerd door de lucht, had in zijn afgerond onder twee-en-een-half uur met turbopropvliegtuigen.
Winnipeg, nauwelijks te vergelijken met mijn moedertaal Manhattan, was toch al een wolkenkrabber metropool met een groeiende bevolking en de verkeerscongestie. Onmiddellijk na aankomst, had ik al gedacht van de heldere, frisse lucht van Churchill; de kleine stad; de warme mensen die leek te weten iedereen die er wonen; de omliggende onvruchtbaar, maar ergens mooie sub-arctische toendra; en de overvloed aan wilde dieren, die in harmonie leefde met de wetten van de natuur, niet de mens. En ik was al begonnen om het te missen.
Ik kan daar weer te gaan op een dag ...